HiHaHattem - page 10-11

Ja hoor, je bent er! Je staat nu bij de toren die de Dijkpoort heet. Iedereen
in Hattem is er trots op. Hij is al meer dan 600 jaar oud. Lange tijd was de
poort een uitkijkpost. Soldaten en stoere inwoners van Hattem gebruikten
hem als er gevaar of oorlog dreigde. Ze klommen naar boven om de vijand
op tijd te kunnen zien aankomen en dan op ‘m te schieten.
1
Vroeger had de Dijkpoort ook een hek of een
zware, houten deur in het midden. Als de
deur of het hek op slot zat, kon de vijand ons
stadje ook niet in. Wel slim. Hoefde je dus
ook niet op hem te schieten. Ooit stonden er
aan allebei de kanten van de toren ook hoge
muren. Net zo slim: kon de vijand mooi niet
stiekem om de poort heenlopen. Die muren
staan hier nu niet meer. Maar reken maar dat
de mensen in Hattem er lang geleden blij mee
waren. Ridders, militairen en rovers: er zijn
in de geschiedenis een hoop vreemde lui ge-
weest die de baas over Hattem wilden spelen.
Bekijk de poort even van alle kanten,
en van boven naar beneden. Vind je
het beeld van het poepende mannetje?
Het heet in de volksmond ‘De Hattemer
geutendrieter’. Goed kunnen poepen,
was vroeger net zo belangrijk als nu.
Dus waarom zou je er dan geen stand-
beeld voor oprichten? Toch? Zie je
ook het lieve, witte huisje dat gezel-
lig tegen de toren staat aangeleund?
Dit was het huisje van de ‘wiese
moer’. In de Middeleeuwen kon je naar
dit huisje hollen als er - bijna! -
een baby in Hattem werd geboren. Dan
kwam de wiese moer een moeder hel-
pen om van haar kindje te bevallen.
Een ‘vroedvrouw’ noemen we zo iemand
tegenwoordig. De wiese moer moet een
lief mens zijn geweest, denk je niet?
Anders had ze toch nooit in zo’n
schattig huisje mogen wonen, vermoe-
den wij.
1,2-3,4-5,6-7,8-9 12-13,14-15,16-17,18-19,20-21,22-23,24-25,26-27,28-29,30-31,...78
Powered by FlippingBook